Print deze pagina

Beoordelingscriteria

De Erkenningscommissie (Jeugd)Interventies kan erkenningen afgeven op drie niveaus: I, II, en III. De commissie beoordeelt interventies aan de hand van vaste criteria. Deze zijn ontleend aan uiteenlopende beoordelingssystemen en worden regelmatig geëvalueerd. Om erkend te worden als 'theoretisch goed onderbouwd' moet een interventie voldoen aan criteria voor theoretische onderbouwing, degelijkheid van de methodiek, en toepasbaarheid in de praktijk. Een interventie die hieraan voldoet en die bovendien beantwoordt aan de criteria voor onderzoek, mag zich 'waarschijnlijk effectief' of 'bewezen effectief' noemen. De criteria worden hieronder alleen maar aangeduid. Een volledig overzicht is opgenomen in Erkenning interventies: criteria 2009-2010. Erkenningscommissie (Jeugd)Interventies  pdf.

Niveau I: theoretisch goed onderbouwd

Criteria voor onderbouwing

  • Er is een analyse van het probleem waarvan gegevens over - onder andere- aard, ernst, omvang en spreiding deel uitmaken en waarin de factoren zijn meegenomen die met het probleem samenhangen.
  • Er is een theoretische onderbouwing waarin het probleem, de doelgroep, het doel en de aanpak (de werkzame factoren) in een samenhangend betoog zijn vervat.
  • Doelgroep, doelen en werkwijze sluiten bij elkaar aan.

Criteria voor degelijkheid van de methodiek

  • De doelgroep is gedetailleerd in kaart gebracht, inclusief kenmerken als cultuur, probleembeleving, motivatie, mogelijkheden en bereikbaarheid
  • Er zijn gegevens over indicatie en contra-indicatie.
  • Er zijn expliciete doelen geformuleerd, zonodig onderscheiden in voorwaardelijke doelen en einddoelen.
  • De werkwijze is zo volledig mogelijk beschreven op het niveau van concrete activiteiten.
  • Volgorde, frequentie, intensiteit, duur en timing van contacten en activiteiten zijn gegeven.
  • De benodigde materialen en hun verkrijgbaarheid zijn duidelijk beschreven.
  • De ontwikkelaar, eigenaar of uitvoerende organisatie wordt genoemd. 

Criteria voor toepasbaarheid in de praktijk

  • De interventie is overdraagbaar (zoals blijkt uit, bijvoorbeeld, materialen voor overdracht).
  • De uitvoerende organisatie heeft een HKZ-registratie. (Dit criterium gaat pas in een later stadium gelden, omdat veel organisaties nog druk doende zijn om de HKZ-registratie te behalen.)

Niveau II: waarschijnlijk effectief

  • Er zijn onderzoeken die voorlopige aanwijzingen geven voor effectiviteit.
  • Het onderzoek heeft ten minste een matige bewijskracht.
  • Wanneer er verschillende onderzoeken zijn die uiteenlopende effecten van de interventie laten zien, dan weegt de commissie de gecombineerde resultaten.

Niveau III: bewezen effectief

  • Er zijn onderzoeken die voorlopige aanwijzingen geven voor effectiviteit.
  • Het onderzoek heeft ten minste een sterke bewijskracht.
  • Wanneer er verschillende onderzoeken zijn die uiteenlopende effecten van de interventie laten zien, dan weegt de commissie de gecombineerde resultaten.

Meer informatie over de totstandkoming van de criteria is te vinden in de notitie Integraal erkend  pdf.