CriteriaHet Nederlands Jeugdinstituut heeft vijf criteria opgesteld om te bepalen of een instrument, protocol of richtlijn opgenomen wordt in de databank Instrumenten en Richtlijnen:
1. Er is voldoende documentatie beschikbaar Het hulpmiddel bestaat uit een handleiding met een instructie voor het gebruik (de afname), de interpretatie en de scoringswijze. Verder is er een verantwoording beschikbaar met een (theoretische) onderbouwing van het hulpmiddel. Daarnaast bestaat het hulpmiddel vaak uit het werkmateriaal waarmee de gegevens verzameld worden.
2. Het hulpmiddel is gericht op kinderen en jongeren en wordt gebruikt in jeugdzorg of -welzijn Het hulpmiddel richt zich op de primaire doelgroep van professionals in jeugdzorg en -welzijn: kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar, hun opvoeders en opvoedingsomgeving.
Voor EC O3 is criterium 2 aangepast tot de werkvelden voor- en vroegschoolse educatie, het peuterspeelzaalwerk, de kinderopvang en de leeftijdsgrens is verlaagd naar 12 jaar.
3. Het hulpmiddel wordt gebruikt bij activiteiten in het uitvoerend werk Het hulpmiddel wordt gebruikt in het 'primaire proces' van een instelling. Daarmee worden activiteiten bedoeld die plaatsvinden tussen professional en cliënt en die direct gericht zijn op het kind, de jongere of zijn opvoeders. Ook activiteiten die plaatsvinden om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren vallen onder het primaire proces. De activiteiten kunnen betrekking hebben op drie fasen in de uitvoering: - de startfase (aanmelding, intake, indicatie, acceptatie, inschrijving, plaatsing); - de uitvoeringsfase (uitvoering, zorgverlening, dienstverlening), en - de afsluitende fase (evaluatie, nazorg, eventueel vervolgtraject).
Hulpmiddelen waarmee informatie verzameld wordt voor andere niveaus dan de uitvoering worden niet opgenomen in de databank. Voorbeelden hiervan zijn jeugdmonitoren, die op een hoger beleidsniveau gebruikt worden, en instrumenten die gebruikt worden om managementinformatie te verzamelen voor bijvoorbeeld planning en control.
4. Het hulpmiddel is gericht op het verkrijgen van informatie om een beslissing te onderbouwen Met het hulpmiddel kan een beroepskracht systematisch gegevens verzamelen, ordenen en analyseren over zijn doelgroep of over zijn professionele handelen met de doelgroep. Met de verzamelde informatie kan de professional zijn beslissing onderbouwen in het proces van zorg- of dienstverlening aan zijn cliënten.
5. Het hulpmiddel is beschikbaar in het Nederlands en landelijk bruikbaar en verkrijgbaar Het hulpmiddel is in een Nederlandstalige versie beschikbaar. Het hulpmiddel is overal in Nederland te gebruiken en niet toegespitst op de situatie in een bepaalde regio. Hulpmiddelen die bewerkt zijn voor gebruik in één regio of instelling worden niet opgenomen in de databank. Het hulpmiddel dat gebruikt is als basis voor de lokale bewerkingen wordt, als het voldoet aan de overige selectiecriteria, wel opgenomen.
|